De kurk is verschrompeld
Op 2 juli maakte wethouder Maarten vanPoelgeest bekend alle gebiedsontwikkelingsprojecten (250!) stop tezetten. Zie het bericht in het Parool. Ook Den Haag maakte een paar dagenlater via het Financieel Dagblad bekend alle bouwprojecten opnieuw tewillen bekijken. Wienke Bodewes, voorzitter van de Neprom (verenigingvan projectontwikkelaars), gaf in het NOS Journaal van zaterdag 3juli als reactie dat hij het verstandig vond dat Amsterdam als eersteingreep en het een landelijk probleem is. Volgens het journaal volgenRotterdam en Eindhoven en zijn ook gemeenten van Almere totLansingerland zich aan het herorixc3xabnteren.
Wat is er aan de hand? De gemeenteAmsterdam heeft door een enorme verandering in de kantorenmarkt deafgelopen jaren meer dan een miljard moeten afschrijven op de waardevan de verwachte opbrengsten uit de ontwikkeling vankantorenlocaties. De kantorenmarkt is structureel veranderd. InAmsterdam en veel andere gemeenten staat meer dan 15% van de kantorenleeg. Voor beleggers is het een gevaarlijke belegging geworden.Vooral als door het nieuwe werken de oppervlakte per medewerker naarverwachting van de huidige gemiddelde van 28 m2 toegroeit naar de 11m2 die bijvoorbeeld Microsoft als standaard hanteert voor het nieuwewerken.Zie hier voor meer info over de resultaten van Microsoft.
Nu de kantorenmarkt niet meer delucratieve belegging van weleer is, nemen logischerwijs ook degrondopbrengsten af. Dat waren nu net de moneymakers waarmee detekorten op projecten als IJburg of het Muziekgebouw konden wordengedekt. Dat is voorbij. Dat er bij woningbouw al snel 20.000 tot30.000 euro door de gemeente moet worden bijgelegd betekent dat er opandere manieren geld moet worden gevonden. Zijn er andere wegen om teblijven investeren in een attractieve stad? Daarover in volgendeweblogs meer.

juli 25, 2010 at 09:15
vrij denkend vanuit mijn vakantieadress: betreft die grote STOP in feite een aanloop op een varender(en)de structuur van financiering of werkelijk een STOP.
In de afgelopen 10-20 zijn gemeentes en corporaties opeens ontwikkelaars geworden en is een soort “monocultuur” in de manieren hoe de projecten opgezet en tot stand gebracht worden ontstaan. “makkelijke” of “hoge winst”locaties waren door iedereen geliefd, de andere konden alleen door behulp van subsidies enz. ontwikkeld worden.
Is de tijd rijp voor meer (of een nieuwe) diversiteit (wat ook risicospreiding met zich mee kan brengen…)?